maandag 6 oktober 2014

Kindergedicht

Parapluutje, waarom hang je toch zo hoog?
Nu maakt het niet veel uit, want 't is gelukkig droog,
Maar straks komt er een regenbui voorbij
en word ik nat, want ik kan er echt niet bij.

Ik spring en spring, maar grijp voortdurend naast het ding.
Steeds hoger ga ik tot ik hem bijna ving,
maar steeds net niet, net niet, tot mijn groot verdriet –
nu word ik nat als groenten in 't vergiet.

Toch spring ik door, nog eens, twee keer zo hoog.
Dan hoor ik wat de weerman zegt op de TV:
komende weken valt het weer geweldig mee –
't Blijft vast en zeker kurkedroog.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 2 oktober 2014


Ter gelegenheid van de Kinderboekenweek 2014 en met het oog op de kleurrijke paraplu's 
die hangen boven de binnenstad van Deventer

Stadsgedicht 36

dinsdag 9 september 2014

Ondergrond

De voetstap is de maat van alle dingen,
de peilstok van de straat en van de stad.
Die stille bron voedt de herinneringen
die wij beroeren op ons daaglijks pad.
Verborgen lijnen die opeens verspringen,
verscholen dromen die men destijds had,
zij hebben op ons, de tegenwoordelingen, vat.

Verborgen grachten, uitgewoonde hoeken,
stegen waar eens de sleperskar door wrong,
kaden waar stoere mannen handel zoeken
en men verwoed de laagste prijs bedong;
hier, de drukte van drukkers en van boeken,
hier, in kerk en sociëteit de rappe tong,
hier, waar de sirene van 't geluk het zuiverst zong.

Bewijzen volgen ons en gaan ons voor,
Wat gisteren oorzaak was is morgen slot.
Veel van het verleden gaat teloor,
maar ondervoets komt het opnieuw aan bod,
herneemt 't gezag van de eeuw daarvoor,
en wij, die treden in dit levend spoor,
buigen 't hoofd en sidderen van genot.

Al gravend, speurend verruimt zich het begrip.
De Onzichtbare Gracht staat bovenaan, met stip.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 13 september 2014



Met dank aan Daaf Ledeboer, architectuurhistoricus

ter gelegenheid van Open Monumentendag 2014 en n.a.v. een historisch-archeologische
en bouwkundige 
verkenning van de binnenstad



Stadsgedicht 35

maandag 18 augustus 2014

Ademtocht der rivier (sonnet)

Het water was vannacht opeens gestegen;
de randen en de dammen zijn bedekt.
Uw woorden, eindelijk in klare taal ontdekt,
heb ik nu helder toegediend gekregen.

De boot heeft zich op het water uitgestrekt,
waarin uw leden zacht waren gelegen.
U was reeds aan mijn milde greep ontstegen
toen 't signaal weerklonk ten teken van vertrek.

De kleine golven speelden met de oever
langs d' oude koers die hij ook nu weer voer.
De dagen gingen reeds aanzienlijk stroever

en regen zich aaneen tot eind'loos snoer.
Eens heb 'k beproefd; nu was ik zelf beproefde.
Kapitein Nemo stond aan het diepteroer.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 18 augustus 2014


Stadsgedicht 34

vrijdag 1 augustus 2014

Vers gebakken

een zonneronde van gedichten –
wie zou niet voor de verleiding zwichten
aan de wieg daarvan te staan?

een dichter kent geen plichten
en hoeft geen arbeid te verrichten,
behalve die voor zon en maan.

de pottenbakker zal de klei verdichten
en zal u van geen kwaad betichten
zo lang de baksels niet te pletter slaan.

U las het in de stadsberichten:
kleuren zullen uw huis verlichten
als verse kommen van Chris en van Alied op tafel staan.

opnieuw zal ik het hoofd oprichten,
al moet ik daarvoor het heelal ontwrichten,
maar ik laat in vol vertrouwen mijn schaapjes gaan.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 2 augustus 2014

Ter herdenking van het feit dat het stadsdichterschap van Deventer mij een jaar geleden
ten deel viel 
en dat kunstenaar Chris Visser en schrijver Alied van der Meer hun poëtisch
beschreven aardewerk 
onder de titel 'vers gebakken' op de Grote Poot tentoonstelden

Stadsgedicht 28

maandag 21 juli 2014

Schipbeek

De binnenlanden stromen bij mij binnen
de smalle Schipbeek draagt hun gouden vracht.
Zo laat en desondanks opnieuw beginnen -
straks komt de schipbreuk die mij wacht.

De sterke boomomzoomde velden waken
over de vers ontketende natuur -
de tijden komen en de uren naken
het kan niet lang meer duren op den duur.

Ik weet niet welke wetten hier nog gelden
in elk geval niet die van 't groot gelijk.
Herinneringen die van jou en mij vertelden
liggen besloten tussen uiterwaard en dijk,

en in geulen die wij samen groeven,
langs bossen, havezaten, hoeven -
daar reken ik mijzelve dubbelrijk
aan sporen van bestaan waaraan ik mij herijk.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 21 juli 2014

Stadsgedicht 33

donderdag 10 juli 2014

Voorbijgangers

“Ik zag een vrouw die schreed alsof zij nooit zou sterven”
schreef Adriaan Roland Holst, maar zij was niet de vrouw
die mij passeerde,  heur haar ontkroest en blik omfloerst,
terwijl een ebonieten allure haar omgaf
als een kuras tegen wie haar te na komen dorsten,
en evenmin de vrouw die in zichzelve lachte
noch haar zuster die angstvallig om zich keek,
de ogen hol, de haren in de war, de wangen bleek,
en zeker niet diegeen met het inhalige gezicht
en met de onbereikbare borsten.

Ik bestelde mijn glas wijn en liet mij koesteren
door vrouwen die nog minder bezaten
dat in hun voordeel pleitte. Ik zag geen wezens schrijden.
Schreien, ja, daarvan waren er verscheidene,
maar die liet ik terzijde. Het ging mij om de schrede
die aan maatstaven moest voldoen om in aanmerking
te komen, en daarvan zag ik er die hele dag niet een.

Toen kwam er vrouw langszij, zo sterfelijk als wij allen,
maar die ontegenzeggelijk de indruk wekte zich voort te bewegen
zonder de grond te raken, te ademen zonder de lucht
af te romen en te lezen in het geschrift
dat ik tot dat ogenblik gesloten had gehouden,
en ik besloot nog een kop koffie te laten komen,
omdat ik waken moest terwijl ik sliep.
Zij knielde naast mij en vroeg hoe het mij verging.....
en ik die dacht dat de tijd van het vergaan
                       ten einde liep.


Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 9 juli 2014

Geschreven toen ik op een terras in Deventer was gezeten

Stadsgedicht 32

maandag 7 juli 2014

Geveldoek

EEN GEVEL IN DE WACHT
DE STRAAT SLAAT ACHT
ER WORDT IETS MOOIS GEBOREN

WIE HEEFT 'T ZO BEDACHT
EEN BUURT DIE LACHT
DIE ZAL ONS ALLEN TOEBEHOREN

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 3 juli 2014

Bestemd voor gevels in aanbouw aan de mr. De Boerlaan

Stadsgedicht 31