zaterdag 10 januari 2015

Driemaal

Driemaal doop ik in klank mijn holle hand,
driemaal voedt na vloed het slib het land,
driemaal staan zon, maan en ziel in nauw verband.

Driemaal komt troost die ons ter hulpe schoot,
driemaal voel 'k omarming die geluk in zich sloot,
driemaal staan wij hand-in-hand met leven en dood.

Driemaal wordt 't afgemat gemoed verfrist,
driemaal de volle lei der werkweek schoongewist,
en driemaal weten wij dat de Schepper zich niet heeft vergist.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 10 januari 2015


Ter gelegenheid van het nieuwe begin van de zaterdagmiddagconcerten, in successievelijk de Bergkerk, de Broederenkerk en de Lebuïnuskerk

Stadsgedicht 40

Avondvogel

Met vastberaden slag
roeit d' avondvogel voort,
of hij zojuist een onheilstijding heeft gehoord
of dat hij schaduwen van een sperwer zag.

Weer is een dag vervlogen.
De avondvogel zet koers naar 't dagelijkse nest.
Het is, zie ik het wel, de optie die ook mij nog rest.
Dezer dagen word ik door weinig anders meer bewogen.

Er klinkt een zacht gesuis
van deze laatste vlucht.
Het nest is leeg, de afstand is geducht.
Eenzame oude dag? Eenzaam was ook 't ouderlijke huis.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 13 november 2014


Uitziend over de IJssel in het avonduur

Stadsgedicht 39

dinsdag 2 december 2014

Plof! Of het relaas van een eindeloze metamorfose

Soms hoor ik weleens een doffe plof
en dan denk ik: 'is dat hem nou,
de plof, de knal, de beving en de dreun,
de schok, de krach, de grote zucht,
waarmee alles om ons heen
ineen zal zijgen, wanneer vrijwilligers
hun werk neerleggen en zouden besluiten
morgen thuis te blijven
en niet langer te verrijzen
uit de stoel die hun alreeds
vermoeide leden ondersteunt?
Is dat hem nou?'
Maar neen, iets anders is geploft.
Ik hoor wel de stad die zucht en kreunt,
maar het is geklaag, gekerm, geween
uit anderen, meest boekhoudkundige hoofde.

Want in spin, de bocht gaat in,
en uit spuit, de bocht gaat uit,
en de vrijwilliger is er van 't einde tot 't begin,
of andersom, komt het zo uit.

Onderwijl verandert.
de stadsgids in de mantelzorger,
de sportveldlijnentrekker
in de eenzaamheidsbestrijder,
de wensvervuller in de vuilnisbuitenzetter,
en de kinderbegeleidster
in de klaar-over, de lees- en fietsdocent,
in de opvanger en ondersteuner van
daklozen en gestruikelden,
de boodschappendoener
in de klusjesman of –vrouw
waar de behoevende om vraagt,
de ruggenkrabber in de gezelligheidsleverancier,
de maatschappelijke stagist
in de lampenverwisselaar, de kokkin,
in de deler in rouw en vreugde –-
zij  allen zijn reeds onderweg,
ter vervulling van 't het beloofde,
èn vanwege die innerlijke drang
die hen naar buiten jaagt.

Want in spin, de bocht gaat in,
en uit spuit, de bocht gaat uit,
en de vrijwilliger is er van 't einde tot 't begin,
of andersom, komt het zo uit.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 27 november 2014

Ter gelegenheid van de nationale vrijwilligersdag in de Deventer Schouwburg

Stadsgedicht 38