zondag 4 augustus 2013

Maandagmorgen in het Noordenbergkwartier

Ik wist niet dat de stad zo stil kon zijn
en dat de straten zich zo geruisloos om mij konden sluiten,
als een laken in een te strak opgemaakt bed,
als een overhemd te nauw gekocht,
als een keuken voor een te klein behuisd gezin,
als een kinderfiets met blokken op de trappers.

Ik wist niet dat ik de enige bewoner van deze wijk
zou kunnen zijn, als een drenkeling op een onbewoond eiland,
als een opvarende op een verlaten schip,
als een boer op een vereenzaamde hoeve.

Ik wist niet dat de stilte zo overtuigend kon zijn,
als van een in slaap gevallen hond,
als van een kind zonder vrienden.

Ik wist niet dat die stilte zo draagbaar kon zijn,
als van een versleten, maar prettig zittend kledingstuk.

Ik wist niet dat ├Čk die grijsaard zou zijn die in de zon is ingedut.

Maar het is ook denkbaar dat mijn gehoorbatterij was uitgeput.

Herman Posthumus Meyjes
Deventer, 19 juli 2013

Stadsgedicht 1

Geen opmerkingen:

Een reactie posten